Verwaarloosde en ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen worden belast door het Vlaamse Gewest wanneer zij op de inventaris ongeschikt en onbewoonbaar zijn opgenomen. Het stadsbestuur heeft de mogelijkheid om opcentiemen te heffen op deze gewestelijke belasting.
De financiële toestand van de stad vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd. De invoering van dit belastingreglement heeft een gunstige invloed op de financiële toestand van de gemeente.
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 464/1, 1° van het wetboek van Inkomensbelasting 1992
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit
Besluit van de Vlaamse regering van 2 april 1996 betreffende de heffing ter bestrijding van de leegstand en de verkrotting van gebouwen en/of Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse wooncode.
Voor de aanslagjaren 2026-2031 worden ten bate van de stad 50 opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen.
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Een afschrift van dit besluit wordt verzonden aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst.