Een overvloed aan reclameborden langs de openbare weg leidt tot visuele vervuiling. De gemeente Hamont-Achel wenst dit te beperken om de kwaliteit van de publieke ruimte te versterken en het straatbeeld ordelijker te maken.
Tegelijk draagt de belasting bij tot een financiële bijdrage van wie de openbare ruimte gebruikt voor commerciële doeleinden.
De tarieven zijn gedifferentieerd volgens grootte van de borden, zodat de belasting in verhouding staat tot de impact op de openbare ruimte.
Een vrijstelling geldt voor borden die een maatschappelijk of niet-commercieel doel dienen (bijvoorbeeld notariële aankondigingen, vzw’s met menslievende, artistieke of wetenschappelijke doelstellingen).
Ondernemingen die enkel hun eigen zaak ter plaatse aankondigen, worden niet belast: dit wordt beschouwd als een noodzakelijk en redelijk onderdeel van hun uitbating.
Tijdelijke panelen bij bouwwerven zijn vrijgesteld om de betrokken aannemers toe te laten hun aanwezigheid kenbaar te maken tijdens de duur van de werken, zonder blijvende impact op het straatbeeld.
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met alle latere wijzigingen.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting geheven op aanplakborden.
Onder een aanplakbord wordt verstaan: elke constructie, ongeacht het materiaal of de verplaatsbaarheid, die zichtbaar is vanaf de openbare weg en waarop reclame wordt aangebracht of getoond. Ook muren of omheiningen die hiervoor gebruikt worden, worden beschouwd als aanplakborden. Bij muren telt de totale gebruikte oppervlakte als één bord.
De belasting is verschuldigd door:
De belasting bedraagt:
De belastbare oppervlakte is de nuttige reclame-oppervlakte, exclusief omlijsting.
De belasting is niet verschuldigd voor
De belasting is verschuldigd voor het volledige jaar indien de borden zijn opgericht in het eerste semester van het aanslagjaar. Voor borden opgericht in het tweede semester wordt de belasting herleid tot de helft.
Elke belastingplichtige moet jaarlijks, uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar waarvoor de belasting verschuldigd is, een aangifte indienen bij het gemeentebestuur.
De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs bij afgifte geldt als aangiftedatum.
Nieuwe of vergrote borden moeten binnen 20 dagen na plaatsing gemeld worden.
Bij overdracht of verkoop van een bord moet dit binnen 14 dagen meegedeeld worden.
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 6, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 50%
De belasting wordt ingevorderd via kohier, vastgesteld door het college uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet. Bij niet-tijdige betaling worden bijkomende kosten aangerekend volgens het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet .
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.