De aanwezigheid van nachtwinkels kan aanleiding geven tot overlast voor omwonenden, zoals geluidshinder en verstoring van de nachtrust.
Daarnaast vergt dit type exploitatie een verhoogde toezicht door politiediensten om de openbare orde, veiligheid en rust te waarborgen.
De belasting heeft tot doel een financiële bijdrage te vragen van uitbaters van nachtwinkels voor de bijkomende maatschappelijke kosten die hun activiteit veroorzaakt.
De openingsbelasting weerspiegelt de administratieve en toezichtlast bij het opstarten van een nieuwe nachtwinkel.
De jaarlijkse belasting draagt bij in de structurele toezichtskosten.
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met alle latere wijzigingen.
Wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening.
Politiereglement op nachtwinkels en private bureau’s voor telecommunicatie zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 oktober 2009.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op nachtwinkels.
Onder nachtwinkel wordt, conform het politiereglement van 26 oktober 2009, verstaan:
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de nachtwinkel.
De eigenaar van de nachtwinkel én de eigenaar van het pand waarin de winkel gevestigd is, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling.
De belasting bedraagt:
De belasting is ondeelbaar en verschuldigd voor het volledige aanslagjaar, ongeacht de aanvangs- of stopzettingsdatum van de activiteit of wijziging van exploitant.
Elke belastingplichtige moet jaarlijks, uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar waarvoor de belasting verschuldigd is, een aangifte indienen bij het gemeentebestuur.
De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als aangiftedatum.
Indien de exploitatie aanvangt of overgenomen wordt in de loop van het aanslagjaar, moet de aangifte gebeuren binnen één maand na de aanvang of overname.
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 5, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 50%.
De belasting wordt ingevorderd via kohier, vastgesteld door het college uiterlijk op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na verzending van het aanslagbiljet. Bij niet-tijdige betaling worden bijkomende kosten aangerekend volgens het retributiereglement ter invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.