De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen. Toeristen en tijdelijke verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar leveren geen bijdrage in de algemene financiering van de kosten.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Een vrijstelling wordt voorzien voor bepaalde verblijven in kader van zorg en voor jeugd aangezien het doel van deze verblijven niet louter toeristisch zijn.
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies (Logiesdecreet)
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op het verstrekken van toeristische logies in daartoe uitgeruste gelegenheden zoals bedoeld in artikel 2, 2° van het Logiesdecreet. De toeristische logies die niet aangemeld zijn bij of niet erkend zijn door Toerisme Vlaanderen vallen eveneens onder het toepassingsgebied.
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
De belasting is verschuldigd door de exploitant die op 1 januari (of op de eerste dag van het kwartaal waarop de belasting betrekking heeft) van het aanslagjaar de toeristische logies uitbaat.
De eigenaar(s) van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Indien de exploitant zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een kwartaal, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij de toeristische logies heeft aangeboden.
In geval van overdracht is de overnemende exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht. Een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende exploitant en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende exploitant wordt beschouwd als een overnachting die heeft plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht.
De belastingplichtigen zijn vrij het bedrag van de belasting te verhalen op de personen die in hun inrichting verblijven.
De belasting wordt berekend per overnachting en per persoon, ongeacht of de concrete overnachting al dan niet betalend is. De belasting is verschuldigd per kwartaal. Ze bedraagt 1,5 euro per overnachting en per persoon.
Van deze belasting worden vrijgesteld:
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
De exploitant moet een door het College van Burgemeester en Schepenen voorgeschreven register bijhouden waarin o.a. per nacht het aantal logerende personen en het aantal bezette verblijfseenheden wordt vermeld.
De belastingplichtige kan dit register op eenvoudig verzoek bij de administratie bekomen of downloaden van de gemeentelijke website. Dit zal ter beschikking gesteld worden voor de aanvang van elk nieuw kwartaal.
De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van het aantal overnachtingen binnen het verstreken kwartaal. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend via het mailadres facturatie.stad@hamont-achel.be of door afgifte aan het onthaal.
Personeelsleden van de gemeente kunnen een controle of onderzoek instellen en vaststellingen verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement. Deze controles hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 8, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met €100 per kwartaal.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij de overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.