Terug
Gepubliceerd op 02/12/2025

2025_GR_00206 - Belasting op overnachtingen in toeristische logies 2026-2031 - Goedkeuring

gemeenteraad
do 27/11/2025 - 20:05 Stadhuis
Datum beslissing: do 27/11/2025 - 21:19
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031
  • Relevante MAR code: 73419 - Verblijfsbelasting
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Tom Cox, Burgemeester; Rudi Boonen, Eerste schepen; Guy Joosten, Tweede schepen; Femke Davids, Derde schepen; Ria Nijs, Vierde schepen; Serge Vander Linden, Vijfde schepen; Theo Schuurmans, Raadslid; Rik Rijcken, Raadslid; Mieke Van Hout, Raadslid; Jacky Umans, Raadslid; Marie-Jose Cuyvers, Raadslid; Koen Boonen, Raadslid; Ilse Jaspers, Raadslid; Vital Davids, Raadslid; Toon Duisters, Raadslid; Kris Slenders, Raadslid; Carolien Thijs, Raadslid; Giel Schuurmans, Raadslid; Marc Schuurmans, Raadslid; Ben Renier, Raadslid; Jeroen Severens, Raadslid; Esther Goolaerts, Raadslid; Marnix Goethals, Algemeen directeur; Tom Thijs, Voorzitter

Secretaris

Marnix Goethals, Algemeen directeur

Voorzitter

Tom Thijs, Voorzitter

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00206 - Belasting op overnachtingen in toeristische logies 2026-2031 - Goedkeuring

Aanwezig

Tom Cox, Rudi Boonen, Guy Joosten, Femke Davids, Ria Nijs, Serge Vander Linden, Theo Schuurmans, Rik Rijcken, Mieke Van Hout, Jacky Umans, Marie-Jose Cuyvers, Koen Boonen, Ilse Jaspers, Vital Davids, Toon Duisters, Kris Slenders, Carolien Thijs, Giel Schuurmans, Marc Schuurmans, Ben Renier, Jeroen Severens, Esther Goolaerts, Marnix Goethals, Tom Thijs
Stemmen voor 14
Tom Cox, Carolien Thijs, Femke Davids, Mieke Van Hout, Rudi Boonen, Vital Davids, Toon Duisters, Guy Joosten, Ria Nijs, Theo Schuurmans, Serge Vander Linden, Jeroen Severens, Esther Goolaerts, Tom Thijs
Stemmen tegen 8
Rik Rijcken, Jacky Umans, Marie-Jose Cuyvers, Ben Renier, Marc Schuurmans, Giel Schuurmans, Koen Boonen, Kris Slenders
Onthoudingen 1
Ilse Jaspers
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00206 - Belasting op overnachtingen in toeristische logies 2026-2031 - Goedkeuring 2025_GR_00206 - Belasting op overnachtingen in toeristische logies 2026-2031 - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen. Toeristen en tijdelijke verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar leveren geen bijdrage in de algemene financiering van de kosten.

Argumentatie

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

Een vrijstelling wordt voorzien voor bepaalde verblijven in kader van zorg en voor jeugd aangezien het doel van deze verblijven niet louter toeristisch zijn.

Juridische grond

Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen

Het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies (Logiesdecreet)

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0004

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op het verstrekken van toeristische logies in daartoe uitgeruste gelegenheden zoals bedoeld in artikel 2, 2° van het Logiesdecreet. De toeristische logies die niet aangemeld zijn bij of niet erkend zijn door Toerisme Vlaanderen vallen eveneens onder het toepassingsgebied.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:

  • Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving.
  • Toeristisch logies: elke constructie, inrichting, ruimte of terrein, in eender welke vorm, dat aan een of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor een of meer nachten, en dat wordt aangeboden op de toeristische markt.
  • Exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies als vermeld in punt 2°, exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst.

Artikel 3

De belasting is verschuldigd door de exploitant die op 1 januari (of op de eerste dag van het kwartaal waarop de belasting betrekking heeft) van het aanslagjaar de toeristische logies uitbaat. 

De eigenaar(s) van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Indien de exploitant zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een kwartaal, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij de toeristische logies heeft aangeboden.

In geval van overdracht is de overnemende exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht. Een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende exploitant en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende exploitant wordt beschouwd als een overnachting die heeft plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht.

Artikel 4

De belastingplichtigen zijn vrij het bedrag van de belasting te verhalen op de personen die in hun inrichting verblijven.

Artikel 5

De belasting wordt berekend per overnachting en per persoon, ongeacht of de concrete overnachting al dan niet betalend is. De belasting is verschuldigd per kwartaal. Ze bedraagt 1,5 euro per overnachting en per persoon.

Artikel 6

Van deze belasting worden vrijgesteld:

  • Logies in het kader van zorginstellingen met bijzondere doelgroepen
  • Erkend jeugdwerk

Artikel 7

De belasting wordt ingevorderd met een kohier.

Artikel 8

De exploitant moet een door het College van Burgemeester en Schepenen voorgeschreven register bijhouden waarin o.a. per nacht het aantal logerende personen en het aantal bezette verblijfseenheden wordt vermeld.

De belastingplichtige kan dit register op eenvoudig verzoek bij de administratie bekomen of downloaden van de gemeentelijke website. Dit zal ter beschikking gesteld worden voor de aanvang van elk nieuw kwartaal. 

De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van het aantal overnachtingen binnen het verstreken kwartaal. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst. 

De aangifte wordt ingediend via het mailadres facturatie.stad@hamont-achel.be of door afgifte aan het onthaal.

Artikel 9

Personeelsleden van de gemeente kunnen een controle of onderzoek instellen en vaststellingen verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement. Deze controles hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

Artikel 10

Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 8, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.

In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met €100 per kwartaal.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij de overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen.

Artikel 11

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

Artikel 12

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 13

Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.