De stad Hamont-Achel wordt gekenmerkt door zijn landelijk karakter. Masten en pylonen verstoren dit landelijk karakter.
De aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente heeft een invloed op de aantrekkingskracht van Hamont-Achel als woonomgeving en toeristische bestemming.
Naast de visuele hinder is er de perceptie van het bestaan van een gezondheidsrisico in de omgeving van masten en pylonen.
De aanwezigheid van masten en pylonen op het grondgebied van de gemeente bederft de vrije open ruimte en wordt als landschapsverstorend ervaren en brengt derhalve hinder mee voor de plaatselijke gemeenschap.
Het landschapsverstorend karakter van masten en pylonen die dienen voor louter recreatief gebruik, voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen en die dienen voor de verlichting van sport- en veiligheidsdiensten wordt voldoende gecompenseerd door het maatschappelijk belang. Hiervoor wordt een vrijstelling voorzien.
Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met alle latere wijzigingen.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting geheven op de masten en pylonen die zich op het grondgebied, in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg van de gemeente bevinden.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of de pyloon op 1 januari van het belastingjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 5.000 euro per mast of pyloon. De belasting is ondeelbaar, er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast of pyloon in de loop van het jaar wordt weggenomen.
Worden vrijgesteld van deze belasting:
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen, ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
Elke belastingplichtige is verplicht om, uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar, een aangifte te doen. De belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier ontvangt kan dit op eenvoudig verzoek bij de administratie bekomen of downloaden van de gemeentelijke website. Hierin zijn ze verplicht om de belastbare elementen op te geven.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 50%
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag of de belastingverhoging bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 285, 286, 287 en 288 van het Decreet over het Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt. Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.