De belasting op tweede verblijven wordt geheven ter compensatie van de algemene belastingen die door de eigen inwoners van de gemeente betaald worden en staat in redelijke verhouding hiermee. De eigenaars en gebruikers van tweede verblijven kunnen gebruik maken van de dienstverlening en de infrastructuur van de gemeente maar ze dragen niet bij tot de financiering van deze diensten via de aanvullende belastingen. Het is billijk dat de lasten gespreid worden.
Op 24 juni 2021 werd een nieuw reglement tweede verblijven goedgekeurd door de Gemeenteraad. Het huidige leegstandsreglement dient geactualiseerd te worden voor de periode van 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031. Het huidige reglement dient opgeheven te worden en vervangen door een aangepaste versie, met ingang van 1 januari 2026.
Er is een belangrijk verschil tussen een leegstaande woning en een woning die als tweede verblijf dient. Een tweede verblijf wordt daadwerkelijk als woning gebruikt: niet als hoofdverblijfplaats (er is niemand ingeschreven in het bevolkingsregister), maar ze is wel regelmatig bewoond en daarom ook als woning met de bijhorende privésfeer beschermd. Een leegstaande woning is een woning die helemaal niet wordt gebruikt; ze is in principe een beschikbare ruimte voor wonen. Een tweede verblijf kan een eigenaar zonder problemen aanhouden. Een leegstaande woning vormt door het onbenut ruimtebeslag een maatschappelijk probleem. Als bestuur wil men die woning weer beschikbaar maken. Een tweede verblijf is een algemeen verbreid en aanvaard gebruik van het eigendomsrecht, dat men niet kan bestrijden of belasten als een vorm van overlast.
De belasting op tweede verblijven dient ter compensatie van de algemene belastingen die door de eigen inwoners van de gemeente betaald worden en het voorgestelde tarief van belasting staat in redelijke verhouding hiermee. De eigenaars en gebruikers van tweede verblijven kunnen immers gebruik maken van de dienstverlening en de infrastructuur van de gemeente op vlak van cultuur, wegeninfrastructuur, afvalverwerking,... maar ze dragen niet bij tot de financiering van deze diensten via de aanvullende belastingen. Het is billijk dat die lasten gespreid worden.
Als bestuur wenst men het residentieel wonen binnen de gemeente te beschermen en de sociale cohesie in de gemeente te vrijwaren. Momenteel is er geen concreet zicht op het aantal, noch een bepaalde controle (opsporing en registratie) op de tweede verblijven in Hamont-Achel. Mogelijks maskeren sommige leegstaande woningen zich momenteel als tweede verblijf. Immers, tweede verblijven hebben geen inschrijving in het bevolkingsregister en kunnen daardoor terecht komen op de vermoedelijke lijst leegstand. Tot op heden kunnen eigenaars vrijblijvend hun tweede verblijf melden bij de dienst Burgerzaken, de facto wordt dit zelden of nooit gedaan. Gezien de gemeente op leegstaande woningen en gebouwen een belasting kan heffen (cfr. aanpassing leegstandsreglement, gemeenteraad 25 februari 2021), is het gewenst om d.m.v. een belasting te vermijden dat eigenaars van leegstaande woningen hun woning als tweede verblijf aanmelden om zo mogelijks de leegstandsbelasting te ontlopen.
Om bovenstaande redenen dient de gemeente een reglement met een belasting aan te nemen teneinde tweede verblijven op te sporen en te registreren en een bijdrage te kunnen vragen van de eigenaars van tweede verblijven.
Ook de financiële toestand van de gemeente is een overweging bij het vestigen van belastingen in het algemeen.
Er worden enkele wijzigingen gedaan i.f.v. verduidelijking of veranderde wetgeving. Het tarief wordt aangepast en opgedeeld in twee categorieën. De cumul tussen een tweede verblijfsbelasting en een verwaarlozingsbelasting wordt mogelijk gemaakt.
Aanpassingen:
artikel 1
artikel 2
artikel 4
artikel 5 en 6
artikel 7
artikel 8
artikelen 10, 11, 14 en 15
Artikel 170 §4 van de Grondwet.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 56 §3 betreffende de bevoegdheden van het College van Burgemeester en Schepenen, en latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 177, 2° waar de mogelijkheid wordt voorzien om de financieel directeur een dwangbevel te laten uitvaardigen bij niet-fiscale schuldvorderingen, op voorwaarde dat ze onbetwist en opeisbaar zijn. Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De Omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 juni 2021 inzake goedkeuring reglement tweede verblijven en de belasting hierop wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.
Het gemeentelijk reglement tweede verblijven en de belasting hierop, dat integraal deel uitmaakt van dit besluit, wordt met ingang van 1 januari 2026 goedgekeurd en is geldig t.e.m. 31 december 2031.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.